Historiek

Het prille begin

Club 9 werd in 1966 opgericht in Koersel vanuit parochiale wortels. Typisch voor de tijdsgeest was de kapelaan, Alex Sevens, de bevlogen trendsetter en pleitbezorger aan het roer. Van het achterzaaltje van de kapelanij wilde hij een open ontmoetingsplaats maken, op fietsafstand van thuis, met een 'gezonde vrijetijdsinvulling voor onze jonge mensen'. Dat zaaltje bevond zich in het centrum, op de plek waar nu het Brigidahuis is, in Koersel Dorp, toen Dorpsstraat 9. Een weetje voor de quizzers: de 9 in de naam komt inderdaad gewoonweg van het toenmalige huisnummer, met dank aan Marie-Therèse Jamar voor deze historische naamvondst.

Maatschappelijke context

Jeugdhuizen ontstonden als nieuwe methodiek onder druk van een sterk levende behoefte vanuit de basis. De na-oorlogse 'babyboom-generatie' luisterde steeds meer naar populaire muziek op de radio (met de wekelijkse hitparade 'Top 30') en keek naar televisieprogramma's op de BRT (met o.a. het jongerenprogramma 'Tienerklanken'). Jongeren kochten met hun eerste zakgeld weleens vinylplaten en muziekmagazines. Ook in Koersel wilde de jeugd graag een open ledenwerking uitbouwen met een eigen identiteit, en met muziek als bindmiddel. Dit gebeurde dan wel binnen een relatief beschermd en door volwassenen gecontroleerd milieu. Een belangrijke factor in de maatschappelijke context was de wet op de dancings: er was destijds een toegangsverbod voor min-18 jarigen in commerciële dancings (zoals de 'Luna', die zich bevond op de plek waar nu de Delhaize is, tegenover de gemeentelijke basisschool en nabij de bioscoop Roxy).

Enquête

Een werkgroep bereidde in 1965 het initiatief voor door middel van een enquête bij de 16-18-jarigen van Koersel. Het bestuur en de vrijwilligers van het eerste uur werd voornamelijk samengesteld uit de oud-leiding en leiding van de christelijk geïnspireerde jeugdbewegingen: chirojongens en -meisjes, en de toen nog in Koersel actieve KAJ, VKAJ en KSA. Roger Wuyts werd de eerste voorzitter van de jongerenkern. Zijn opvolger Rob Moons zorgde steevast voor wisselende interieurinkleding en decor. Het doel was 'de plaatselijke jongeren van de straat houden' en hen een opvoedende, gemengde (avond)ontspanning bieden met een zo laag mogelijke drempel.

Sociale mix

Men wilde een sociale mix uitbouwen: jeugdleiders samen met 'niet-georganiseerden', jonge arbeiders (met een groot aantal jonge mijnwerkers) samen met studenten, jongens en meisjes, adolescenten en jongvolwassenen. Er werden gespreksavonden georganiseerd met kandidaat-verantwoordelijke jongvolwassenen, en er volgden enkele studiebezoeken aan 'jeugdtehuizen', later 'jeugdhuizen' genoemd. In maart 1966 was het zover: de opening van de jeugd'tehuis'werking miste zijn effect niet. Het betekende een echte doorbraak in Koersel.

Bier en mosterd

De methodiek 'jeugdclubwerking' (met instuifmomenten naast hobbyclubs) ontstond eerst elders in Europa. Maar nergens stond in deze werkvorm 'de toog' als ontmoetingsplek zo centraal als bij ons in Vlaanderen vanaf midden jaren '60. 'Er werd 30 of 40 jaar geleden in verhouding veel meer pilsbier geconsumeerd dan nu', aldus bierhandelaar Jozef Poorters. Als jonge werknemer van brouwerij Cristal-Alken opende Jef in 1966 een plaatselijk depot in Stal-Koersel, met Club 9 als één van zijn allereerste klanten.  49 jaar later is hij nog steeds de leverancier in Club 9.

Er waren toen ook al enkele jeugd'te'huizen actief in de streek (o.a. de Jefa in Heusden), maar de meeste en lekkerste mosterd werd naar verluidt gehaald bij o.a. JOH in Hoboken en bij 10R20 in Herentals. Het aanwezigheidsregister  met bijhorend lidkaartensysteem met paraf-vakjes werd overgenomen. Ook het typische jargon met 'rustige instuif' en 'dansinstuif' werd gekopieerd. De eerst 12 jaar was er elke zondagavond 'dansinstuif', en daarna jarenlang op zaterdag. Elke openingsavond noteerde een bestuurslid (of een onthaal 'koppel') aan de onthaalbalie je naam en lidnummer op volgnummer in een groot schrift.  Het bestuur kon je lidkaart schorsen (en dus de toegang ontzeggen) als je betrapt werd op overtreding van het binnenhuisreglement. Een koppeltje dat met z'n twee 'samen op één barkruk zat te friemelen' kreeg een verwittiging...

Discobar

De succesvolle dansinstuiven in Club 9 toonden de reële nood aan. Men stond wekelijks in een rij aan te schuiven aan de ingang van de kapelanij. Vanaf 20u zat de keet bomvol tot sluitingstijd (1u stipt!). Bijzonder waren ook de volksdansclub en diverse geanimeerde avonden met thema-inkleding. De jukebox werd al vlug vervangen door de eerste discobar van kilometers in de omtrek, een zelfbouw van de hand van o.a. Armand Jamar en Marcel Put. De lichtinstallatie was beperkt tot 'zedige' witte TL-lampen en een opvallend wit neon-accent tegen de wand: een zwierige “Club 9”.  Buiten aan de gevel hing een lichtbak met grote “J”. Dat logo toonde dat de werking erkend was door het ministerie van cultuur (en gaf wat later ook recht op beperkte werkingssubsidies op basis van maandplanningen, een jaarverslag en inhoudelijke inspectiebezoeken). Het eerste live optreden in Club 9 vond plaats in 1968: 'Miek en Roel'.

Een nieuwe uitdaging

In 1972-1973 bouwde de gemeente Koersel een eigen jeugdcentrum nabij de watertoren (die overigens net als Club 9 dateert van 1966). Club 9 kreeg er een eigen stek nabij de paviljoenen waar de traditionele jeugdbewegingen onderdak kregen. Met vrijwilligers tekende en werkte het jeugdhuisbestuur een jaar aan de binneninrichting. Het jeugdhuis betaalde met eigen middelen de lange toog van schrijnwerkerij Cupers. Spoedig verwierf Club 9 naam en faam als 'niet-commerciële dancing' voor en door jongeren. Het werd vanaf 1973 een hip vrijwilligersjeugdhuis van bovenlokaal belang. Elke week werden minstens 500 bezoekers bereikt. De KAJ en VKAJ waren jarenlang een ideale onderbouw voor de werking. Koersel had ook zijn eigen parochiale jeugdraad die maandelijks in Club 9 vergaderde en gemeenschappelijke initiatieven ontplooide.

Dipje

Eind jaren zeventig kreeg de werking een eerste dipje. Door de wekelijkse massa-instroom van publiek groeide het initiatief de vrijwilligers boven het hoofd. De generatiewissels verliepen niet probleemloos. Er kwamen ook deuken in het blazoen door vechtpartijen, vandalisme, de oliecrisis en concurrentie... Ondertussen was  immers 'de wet op de dancings' veranderd. Ze werden toegankelijk vanaf de leeftijd van 16 jaar zodat jeugdhuizen plots zware commerciële concurrentie kregen. Regionale dancings (die zich toen moderniseerden en zich voortaan 'discotheek' noemden) pobeerden de vrijwillige DJ's weg te lokken bij Club 9.

Werking in de jaren '80

Maar het moet gezegd, de meeste DJ's bleven liever trouw aan hun roots. Typisch in de jeugdhuisformule was het eigen 'gestencilde' (maandelijks) tijdschriftje 'Kwatsch', met o.a. telkens consequent de foute titel 'proza' boven een ingezonden 'poëzie' gedicht... Er was de jaarlijkse dagtrip 'de clubreis', de studentenavond, maar ook een fotografie-ontwikkel-club met eigen doka (donkere kamer), creatieve hobbywerkingen, een amateur-zeefdrukwerking, een handbalclub in competitie. Er waren ook tal van gespreks- en info-avonden (o.a. voor de jeugdige miliciens met legerdienstplicht, i.s.m. Milac), 16 mm filmavonden, en af en toe een live optreden. Grotere optredens organiseerde Club 9 meestal in de gemeentelijke feestzaal.

Muziekcultuur

De muziekcultuur werd belangrijker, door de toenemende invloed van de media, bijv. doelgroep-zenduren voor jongeren op radio en tv. Uitstappen naar de eerste muziekfestivals als Jazz Bilzen kregen concurrentie van o.a. Pinkpop en Rock Werchter. De 'oubollige' Vlaamse volksdansavond, en zelfs de typische folky hippie-muziek moest inbinden ten voordele van nieuwe vormen van popmuziek. Vooral de Nederlandstalige kleinkunst, de prille Amerikaanse soul, de belpop, de 'new wave' en 'new beat' vonden opeenvolgend sterke wortels in Club 9. De werking werd jarenlang beheerst door een zoektocht naar een leefbaar evenwicht tussen punk/rock/soul en de commerciëlere disco/pop. 

Professionalisering

De werking werd gestroomlijnd door de inzet van de jongerenkern en een beheerraad. Naast 'Miel en Nathalie' achter de toog, was ook de fluitjesdrinkende kapelaan Alex nog tot eind jaren '70 een deel van het decor. Typisch was ook een beurtrol met vaste koppels als onthaal achter de tafel in de inkomhal. In 1978 werd Club 9 van een feitelijke vereniging omgevormd tot een vzw, met Jean Bartels als eerste beroepskracht in de functie van 'permanent verantwoordelijke'. De loonsubsidie vanwege het ministerie bedroeg toen 75 % van de bruto loonkost. Jean bleef lid van de beheerraad (Raad van Bestuur) toen hij in 1981 opgevolgd werd door Paul Claes. De werklozenwerking met gespreksnamiddagen en zinvolle daginvulling was typerend in die tijd. De jaarlijkse Mazoutfeesten eind augustus probeerden de banden aan te halen tussen de jeugdverenigingen en de broodnodige bestaansmiddelen te verwerven om de gemeenschappelijke stookolie-factuur, nieuwe aparte stookketels voor de jeugdverenigingen en herstellingen van de platte daken te financieren.

Uitstraling

Vanaf eind 1985 werd Rudi Haselaars beroepskracht. Het eerste wapenfeit was een verbouwing met de opstart van een kleine frisse caféruimte (toen 'Kribbel' gedoopt) als draaischijf van de open werking met maandelijks een themafuif en een live-optreden in de zaal. Er ontstond een traditie van grote (tent)fuiven, optredens van jonge bands en een aantal ludieke wereldrecordpogingen.

Beroepskrachten

De regering subsidieerde aanvullende tewerkstelling in jeugdhuizen (en andere vzw's) met een beroepskracht, die hiervoor een goed onderbouwd aanvraagdossier indienden. Een tijdelijk 'BTK' project ging vanaf 1989 naadloos over naar een DAC-project (1,5 voltijds equivalent). Club 9 vzw moest hiervoor met eigen middelen 10% bijdragen in de loonkost. Het werken met een team van beroepskrachten verhoogde ongetwijfeld de kwaliteit, continuïteit en professionele uitstraling én de lage drempel van de werking. Vanaf 1993 werd het jeugdhuizenbudget voor de werking en loonsubsidie voor de coördinator/animator van Vlaanderen overgeheveld (gedecentraliseerd) naar de gemeente. Het gevolg was (in Beringen) echter een bevriezing van de loonsubsidie. Daardoor moest Club 9 een stuk commerciëler gaan denken en werken. Maar het lukte.

De uitstraling van de werking werd zo groot dat weleens de indruk ontstond dat Club 9 zoveel subsidies kreeg als elders een cultureel centrum. Maar vooral veel volharding, inspiratie en transpiratie bepaalden de werking. Opeenvolgende interieurverbouwingen en experimentele projecten kleurden de jeugdhuiswerking. De opeenvolgende bestuursploegen stimuleerden de jongeren om vernieuwende activiteiten en experimenten op te zetten. Jarenlang was de maandelijkse zondagnamiddagfuif een blikvanger. Die was uitsluitend toegankelijk voor 15-16-jarigen, en werd gerund door een werkgroep bestaande uit 17-21 jarige vrijwilligers. Eind jaren '80 werd dit initiatief nieuw leven ingeblazen  en geherformuleerd onder de naam 'Top Secret'. Deze werking verjongde en vernieuwde zo permanent de werking tot midden jaren '90. 

Werking in de jaren '90

De strijd tussen de subculturen keerde terug in een nieuwe verpakking: de clash tussen de alternatieve gitaarrock/grunge en de elektronische techno/house. Gaandeweg kwamen er voortdurend nieuwe subgenres bij die het samenleven in muzikale diversiteit in één jeugdhuis boeiend maakte, maar zeker niet gemakkelijk.

Talrijke artiesten startten hun carrière middels een doortocht op het Club 9-podium. Maar ook grotere namen prijkten regelmatig op de concert-affiche. Na de ineenstorting van het steeds gladder en duurder wordende popcircuit, wonnen de D.I.Y.(do it yourself)-punkrock-idealen terug veld.  Club 9 had nooit anders gedaan en kwam door deze affiniteit dus vanzelf weer op het voorplan. Op Vlaams niveau behoorde Club 9 tot de top 10 van de erkende jeugdhuizen. Vooral in de grunge-periode van de mid-nineties was Club 9 een topper in de sector. De eigenzinnige opgang van een aantal Belgische toppers vanuit hun biotoop in het clubcircuit, werd ondersteund door aandacht en evenementen en live uitzendingen i.s.m. Studio Brussel. Het sterke redactieteam van  het eigenzinnige maandblad Aviso, met beroepskracht Trudo Leenen als lay-outer en nog vanalles, ondersteunde een ware revival. Maar ook de (alternatieve) techno die deejays als 'artiest' op het voorplan zette, gooide hoge ogen. Met eigen publicaties, affiches, flyers en activiteitenkalenders) en via persberichtgeving kwam Club 9 regelmatig positief in beeld. De andere kant van de medaille was de toename van manifeste maatschappelijke samenlevingsproblemen tussen autochtone en allochtone culturen. Ook Club 9 kreeg hiervan ruimschoots zijn deel: agressie en veiligheidsproblematiek, geluidsoverlast en verzuring, illegale drugs en de groeipijnen rond de maatschappelijke problematiek rond legale drugs zoals alcohol en sigaretten, tot en met het misbruikt worden door partijpolitieke intriges.

Eenvoudige maar essentiële vaststelling van alle tijden: je komt in de eerste plaats naar een jeugdhuis om je te amuseren in je vrije tijd, soms ook om er iets bij te leren. Maar nooit kom je er welbewust om 'een dosis preventie' als tegengif op te doen... Toch is de preventieve invloed van jeugdhuizen als uitlaatklep niet te onderschatten. Jeugdhuizen zijn een ideaal oefenterrein voor burgerparticipatie in de samenleving.

Stunts

Club 9 bleef regelmatig positief in de kijker lopen: originele workshops, cultuurspreiding van alternatieve niche-genres, wereldrecordpogingen al dan niet samen met het jeugdcentrum (frankskestapijt, blikjesstapelen, koffiekopjespiramide, met 100 op 1 waterbed / Wetten dass, eco-taxi plastikflessenboot,...) en ondertussen al 26 edities van de jaarlijkse drive-in movies. Ook projecten zoals internet-democratisering via de net-o-maat (ook door Club 9 gebouwd en geleverd in 30 andere jeugdhuizen in Vlaanderen), 16mm filmavonden en filmclub Roxy, internationale uitwisselingen... Legendarische fuiven als de Tahiti-party, de Revolution-party, de Aa Knokenfuif en de kaas- en (z)wijnavond zijn enkele van de blikvangers. Club 9-medewerkers stonden als (mede)oprichter aan de wieg van de stedelijke jeugdraad, de 11.11.11.-werkgroep, Korfbal Klub Kribbel en Rugbyclub9 (die na zeven jaar zonder eigen vaste doelpalen niet langer aan competitie mocht deelnemen. Noodgedwongen werd bijgevolg  het terrein in Beringen-Mijn ingeruild voor Lummen. Later vond Rugbyclub9 een vaste stek op de terreinen van Helzold in Heusden-Zolder)

Klaar voor de 21ste eeuw?

Door de inkrimpende werkings- en personeelstoelage diende de coördinerende beroepskracht en het bestuur van Club 9 vzw steeds meer tijd en energie te besteden aan het indienen en opvolgen van projectdossiers. De werkingskosten stegen in deze periode zienderogen, o.a. Sabam, billijke vergoeding, taksen, accijnzen en vergunningen, de artistieke en andere gages...Toch behield Club 9 nog voldoende creativiteit en gedrevenheid om verder te groeien, broeien en bloeien. De provinciale jeugddienst probeerde de stad mee te krijgen in het verhaal om de regionale werking te verankeren. Een mijlpaal hierbij was Technomania in 1998, waarmee Club 9 i.s.m. de Limburgse prov. jeugddienst op een eigenzinnig/creatieve manier cultuurcentrum Muze in Heusden-Zolder een dag  en een nacht op zijn kop mocht zetten.  Nog een mijlpaal: als opvolger van Wim Pauels werd Danny Bielen aangeworven begin 1998. Danny was ruim 10 jaar lang (tot 2008) de collega van Rudi, vooraleer hij coördinator werd.

In de jaren 2000 vind je in Club 9 een jongerencafé en een concert- of fuifzaal (400 personen) met podium en discobar. Jaarlijks treden er tussen de 60 à 100 acts of bands op. Ook visuele kunst komt regelmatig aan bod (o.a. door kunstprojecten en legale graffiti-muren). Muziek vormt echter altijd de rode draad in de werking.

Repetitiebunker

Club 9 vzw beheert sinds 1997 ook een goed geïsoleerde repetitiebunker, met drumstel en zanginstallatie uitgerust. De trend werd gezet in navolging van Mauro Pawlowski die met zijn prille Evil Superstars begin '90 in het KAJ-lokaal nabij Club 9 repeteerde om wat later Humo's rockrallly te winnen. Momenteel vinden in de repetitiebunker tien bands goedkoop onderdak voor een regelmatige repetitie. De lage drempel is en blijft al die tijd de belangrijkste kwaliteit van Club 9, zonder echt commercieel te worden en zonder vernieuwing en dynamiek in de weg te staan.

Verbouwingsdossier

Na het aflopen van de (27 jaar) erfpacht eind 1999 werd de locatie voortaan ter beschikking gesteld door de stad d.m.v. een gebruiksovereenkomst. Club 9 vzw staat met eigen middelen in voor energiekosten, de nutsvoorzieningen en het permanente onderhoud. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat als gevolg van een verouderde infrastructuur en nieuwe (wettelijke) verplichtingen een grondige renovatie van het gebouw aan de orde is. De Vlaamse en provinciale overheid gaan akkoord en zeggen hun bijdrage toe vanaf 2002. Na enkele jaren touwtrekken engageert ook de stad Beringen zich in dit verhaal. Na 2000 wisselen hoogte- en laagtepunten elkaar in snel tempo af. Hoe hoger de waardering werd voor de werking op bovenlokale beleidsniveaus des te moeilijker loopt het op het lokale niveau, met als dieptepunt een openlijk conflict in 2003-2004.

Ondertussen veranderde de maatschappij. De internet- en smartphone-generatie is een feit. Club 9 voelde sterk de toevloed van overheidssteun naar andere actoren in het popmuziekwerkveld. Verhuurfuiven en co-organisaties konden slechts gedeeltelijk de werking op peil houden.

Het stedelijk jeugdwelzijnsoverleg en het jeugdhuizenoverleg dat de beroepskracht opstartte met de twee andere Beringse jeugdhuizen leverde enkele gemeenschappelijke projecten op, zoals het vernieuwende Stravaganza en de trip naar Krakow/Auschwitz/Berlijn. Samenwerken met derden werd steeds belangrijker. Wegens het niet indexeren van de loonsubsidies sinds 1993 en toenemende anciënniteit was de personeelssubsidie de facto gaandeweg gedaald van 75 naar 40 % van de bruto loonkost. Toen in 2007 de loonbarema's in de sector verhoogd werden werd dat overal positief onthaald. Voor de specifieke situatie van Club 9 werd de situatie op die manier echter onhoudbaar.  Sterkhouder sinds 1985, Rudi Haselaars, besloot na zijn halve leven als jeugdhuiswerker, begin 2008 weg te gaan.

Generatiewisselingen

Onder meer door de geuroverlast (wegens versleten ondergronds sanitair), het rookverbod dat voorop liep op de horeca, de geluidsproblematiek en het wegvallen van de lage drempelfuiven, dienden zich enkele moeilijke jaren aan. De werking overbrugde enkele generatie-wisselingen vooraleer er weer voldoende houvast kwam om de artistieke en muzikale poot van de werking uit te bouwen via o.a. concerten en mini-festivals met pop, rock, alternatief, techno, metal, kleinkunst, hiphop, drum 'n bass, stand-up-comedy… .  Club 9 staat via samenwerkingsformules ook open voor co-organisaties met derden (het erkende jeugdwerk en vzw’s of alwie openbare ‘jongerencultuur’- of socioculturele activiteiten wil opzetten voor en door jongeren) met uitzondering van strikte privé-feesten. Ook met scholen, vormings- of welzijnsinstellingen of culturele centra wordt regelmatig samengewerkt.

Bouwperikelen?

2013-2015 waren zeker niet de makkelijkste jaren uit de rijke geschiedenis van Club 9. In september 2013 startte eindelijk een verbouwing ten bedrage van 500 000 EUR waarvan Club 9 zelf 50 000 euro uit private middelen financierde. De rest werd toegezegd vanuit Vlaamse, provinciale en stedelijke middelen. Al snel werd duidelijk dat het gebouw zich in een veel slechtere staat bevond dan gedacht. Na een week werden de werken stopgezet. Na grondig onderzoek lijkt een nieuwbouw de beste oplossing.  Een engagement werd aangegaan om dit klaar te hebben in november 2016. Ondertussen werd de vlam toch levend gehouden. De werking werd zo goed mogelijk verder gezet in een deel van het oude KAJ-meisjes lokaal (in het andere deel is de repetitiebunker gehuisvest). Dit betekent uiteraard een serieuze, verplichte inkrimping van de werking. Door een grondige hervorming op alle subsidiërende beleidsniveaus werd het personeelsbestand (dat opgelopen was tot drie voltijdse en twee halftijdse beroepskrachten) op 31 december 2013, herleid tot één voltijdse beroepskracht.

Een herbronning was aan de orde. Het heeft bijna anderhalf geduurd om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. De klassieke jeugdhuiswerking wordt (weliswaar kleinschaliger) tot op heden verdergezet. Zo kan je tot op heden nog steeds terrecht in ons knus jongerencafé dat open gehouden wordt door een tappersploeg van vrijwilligers. Op die manier zijn we permanent op zoek naar vers vrijwilligersbloed voor optredens, feestjes, vaten of gewoon een gezellig gesprek.

De repetitiebunker wordt opgewaardeerd en de banden met het lokale jeugdwerk worden opnieuw aangehaald. De werking van Club 9 werd gespreid over meerdere locaties. Het café en het bureau als epicentrum, en een repetitiebunker zijn gehuisvest in het oude KAJ-meisjes gebouw van het jeugdcentrum. De gesloten bibliotheek in de Pastorijstraat werd door het lokale stadsbestuur in bruikleen gegeven als atelier voor projecten. Voor grotere evenementen wordt er uitgeweken naar bijvoorbeeld TheRoxyTheatre of de stedelijke feestzaal Cor, …

Heden

Sinds maart 2016 werd de hele werking overgeheveld naar de oude bibliotheek in de Pastorijstraat 44 te Koersel. Enkel het domicilie/postadres en de repetitiebunker blijft op de oude locatie.Het jeugdhuis beschikt terug over een ruim en gezellig café en heeft extra ruimte om meerdere projecten uit te werken. Dit geeft ons de mogelijkheid om onze werking op peil te houden en een verse doorstart te maken met weeral de volgende generatie die op dit moment, als kloppend hart van Club 9 klaar staan er als vanouds een nieuwe spreekwoordelijke lap op te geven. 

Vandaag balanceert de werking en programmatie tussen een (lokaal) jeugdhuis, erkend door de stad en door Formaat, en een provinciaal erkend (regionaal) jeugdhuis. Dankzij nieuwe subsidies van de Vlaamse overheid wordt het personeelsbestand terug op drie voltijdse beroepskrachten gebracht.

Dit bruisend vat boordevol know-how, continuïteit en ervaring poogt samen met de tweejaarlijks verkozen Raad van Bestuur (zes jongvolwassenen) en een 20-tal los/vaste vrijwilligers, een 100-tal leden en een veelvoud daarvan aan losse bezoekers, om continuïteit en creativiteit te leggen in de werking. We spelen daarbij in op steeds nieuwe generaties van jongeren en jongerenculturen. De regionale werking en uitstraling is daarbij bewust complementair met de lokale 'lage drempel'- verankering.